Vlaams Energiebedrijf wil de Vlaamse overheid massaal op de spotmarkt laten kopen

By Benedict De Meulemeester

By Benedict De Meulemeester on 9/10/2013

The content of this blog article is very exclusive for the Flemish market, hence, it will be published in Dutch only.

Gisterenmorgen stond een artikel in de Tijd met als titel ‘Lieten laat Energiebedrijf in de pas lopen’. In de namiddag was de CEO van het Vlaams Energiebedrijf Dirk Meire spreker op de VIB & Roularta studiedag waar ik eerder had gesproken. Ik was dus wel eens benieuwd wie die stoute jongen was en waarom de minister hem aan de leiband wil leggen. Bovendien was eerder al bekend geraakt dat Inspectie Financiën grote vragen heeft bij de gang van zaken bij het Vlaams Energiebedrijf en onder andere het gedrag inzake risico’s nemen sterk in vraag stelt. Daardoor was mijn aandacht verder aangescherpt. Risicomanagement is nu eenmaal mijn core business.

Het Vlaams Energiebedrijf is ooit in het leven geroepen met de bedoeling een Vlaams alternatief voor Electrabel te vormen. De betrokken politici kwamen er al gauw achter dat een energieleverancier opzetten niet zo eenvoudig is. Bovendien, als je net een markt geliberaliseerd hebt, behoort het dan wel tot de kerntaken van de overheid om daarin als leverancier op te treden? Het Vlaams Energiebedrijf kreeg dus andere taken. Het zou zich bijvoorbeeld inzetten voor de promotie van energiezuinig beheer van overheidsgebouwen. Een op het eerste zicht nobel initiatief, maar komt het daarmee niet in conflict met privébedrijven die op dat vlak diensten aanbieden? Ook zou het Vlaams Energiebedrijf ervoor zorgen dat de Vlaamse overheid goedkoper energie kan aankopen.

Wat blijkt nu? Het Vlaams Energiebedrijf wil voor de Vlaamse overheid, haar instellingen en de Vlaamse gemeenten het aanbesteden van de energielevering gaan overnemen. En het komt daarbij met een vrij spectaculaire idee, het wil namelijk exclusief spotcontracten gaan afsluiten voor die overheden. Spectaculair aangezien dit zo’n grondige omslag is van het gebruikelijke energie-inkoopbeleid van overheden dat meestal eerder op het verwerven van budgettaire zekerheid is gericht. Laat ons even enkele van de door meneer Meire aangevoerde redenen om voor de spotmarkt te kiezen onder de loepe nemen:

  1. Meneer Meire geeft aan dat de spotprijzen historisch bekeken een stuk lager zijn geweest dan de forwardprijzen. Hij gaf daarbij het voorbeeld van de elektriciteitsmarkt, een voorbeeld waarin ik hem wil volgen. Maar waar ik meteen wil bij opmerken dat dit in de gasmarkt in de afgelopen vier jaar niet het geval was. Wie vanaf januari 2010 gas in de spotmarkt heeft aangekocht, heeft 0,4 euro per MWh meer betaald dan iemand die op de gemiddelde forward prijs heeft gekocht. Dus, de stelling die meneer Meire in het aansluitende debat poneerde dat forward prijzen altijd hoger zijn, die klopt niet. Ervarving in de gasmarkt spreekt dit tegen.
  2. De logica voor die hogere forwardprijzen ziet meneer Meire in het fenomeen van de zogenaamde ‘forward premium’. Ik ga niet ontkennen dat zoiets bestaat. Als verkopers een forward sale van energie overwegen, zullen zij inderdaad geneigd zijn om het risico op hogere prijzen enigszins te hoog in te schatten. Maar zeggen dat het dom is om die forward premium te betalen, dat is ongeveer hetzelfde als zeggen dat het dom is om verzekeringspremies te betalen. Als er niets gebeurt, ben je inderdaad over je leven bekeken een pak geld kwijt. Maar als er iets gebeurt, zal je maar wat blij zijn dat je braafjes de premies hebt betaald.
  3. Wie visibiliteit wil inzake zijn toekomstige energieprijzen (inzake commodity) die kan die alleen maar verkrijgen door forward prijzen vast te leggen. Daar betaal je inderdaad een premie voor, maar dat is nu eenmaal de kost om de onvoorspelbaarheid van een energiebudget in te perken. Er kunnen zeer goede redenen zijn om dat te doen of om dat net niet te doen. Wat zeker een hele slechte reden is, is denken dat je weet waar de spotprijzen naartoe gaan. En dat doet meneer Meire blijkbaar. Want hij presteerde het om een grafiek te projecteren waarin hij de kostprijzen volgens hun spotcontracten voor de volgende jaren weergaf. Een pure forecast is zoiets. Meestal gaan dergelijke forecasts gepaard met ergelijke disclaimers die zeggen dat wat je net is verteld meer fictie dan feiten is, maar meneer Meire blijkt dat niet nodig te vinden. Zo overtuigd is hij dat die fantastische spotmarkt altijd wel laag zal blijven. Een overgang naar de spotmarkt promoten met grafieken met volstrekt niet waar te maken prijsprojecties, ik kan dat onder niets anders dan misleidende reclame catalogeren.

Spotmarkten zijn zoals alle energiemarkten onvoorspelbaar. Als er zich in de komende jaren een groot veiligheidsincident voordoet in een Europese kerncentrale waardoor alle kerncentrales moeten sluiten, dan kunnen we heel scherpe stijgingen van de spotprijzen voor stroom verwachten. Dat zou dan wel eens veel meer kunnen zijn dan de 50% stijging die meneer Meire gebruikt heeft in zijn ‘risico-analyse’. Kan dat gebeuren? Ja, Japan heeft het in 2011 meegemaakt. En zelfs zonder dergelijke drastische fenomenen, hebben we gemiddeld over het jaar 2008 een stijging gezien van de spotprijzen voor stroom van 58% tegenover het voorgaande jaar. Opnieuw, dat is meer dan de 50% die hij gebruikt in zijn ‘risico-analyse’.

Bovendien, de hier genomende cijfers zijn volatiliteiten van gemiddelde jaarprijzen. Meneer Meire heeft niets gezegd over het fenomeen van de volatiliteit op korte termijn. In oktober 2007 bijvoorbeeld, steeg de spotprijs op Belpex, de Belgische stroombeurs, met 65 procent boven de spotprijs van september 2007. Dit zijn flinke aanslagen op de cashflow waar niet iedereen op staat te wachten, ook al vlakt zich dat in de volgende maanden wel uit. Februari 2012: +55%, September 2013: opnieuw +20%. Zijn gemeentes of andere overheden wel voorbereid op dergelijke schommelingen in de maandelijkse kasuitgaven?

Na het maken van dit soort nuancerende opmerkingen inzake spotmarkten zijn er soms verkopers van spotcontracten die ons beschuldigen dat wij iets tegen die spotmarkt hebben. Welnu, om hen gerust te stellen, heel veel van onze klanten kopen grote stukken of zelfs alles in die spotmarkt aan. Daar kunnen goede redenen voor zijn. Maar die moeten gebaseerd zijn op een grondige analyse van de effecten van energieprijsvolatiliteit op de financiële toestand van een bedrijf of organisatie zoals een overheid.

Volgens meneer Meire hebben schommelingen van de energieprijzen geen groot effect op overheden omdat ze niet energie-intensief zijn. Dat klopt, maar dan luidt zijn conclusie: ‘neem dan maar de spotprijs’. Dat is vreemd, want onze ervaring is dat net zulke organisaties eerder naar budgetstabiliteit streven. Als energie geen substantiële impact heeft op de rentabiliteit, waarom zou je dan het risico nemen dat de energie-inkoop toch een issue wordt omwille van een plotse, onverwachte budgetstijging? Ik ben geen specialist in gemeente- of overheidsfinanciën.

Maar ik zie al die gemeentes nu zo’n grote inspanningen leveren om op de kosten te besparen. Als ze nu allemaal overstappen naar meneer Meire zijn spotcontracten, dan lopen ze het risico dat uit de hand lopende spotprijzen voor energie een deel van die inspanning opsouperen. Als belastingbetaler vind ik dat geen prettige idee. Bovendien, binnen gemeenten maar ook in een Vlaamse regering worden harde afspraken gemaakt over budgetten bij de opmaak van begrotingen. Ik kan me toch echt niet voorstellen dat er dan geen behoefte is aan enige budgetvastheid bij het inkopen van energie? We kennen allemaal de verhalen over overheden die stoppen met het inkopen van bv. printpapier omdat het budget is opgesoupeerd. Gaan die overheden dan de stroom uitschakelen wanneer een oplopende spotmarkt het energiebudget tegen september heeft opgevreten?

Meneer Meire minimaliseert ook de impact van schommelingen in de commodityprijzen voor energie. Hij wijst er (terecht) op dat het non-commoditygedeelte tot 60% kan bedragen van de totale factuur. Maar dan gaat hij er verkeerdelijk van uit dat dit een vast gedeelte zou zijn dat de volatiliteit van de commodity uitvlakt. Op de VIB studiedag gisteren liet de kabinetschef van minister Vandelanotte horen dat het de bedoeling is om het non-commoditygedeelte niet verder te laten oplopen. Maar deze morgen lees ik in de krant dat de netbedrijven alvast hun nettarieven willen verhogen. Het kan wel eens zijn dat die stijging van 50% van het commoditygedeelte samenvalt met een stijging van nettarieven en/of taksen en als we dan toch bezig zijn, ook nog eens een stijging van het verbruik. Dat zal toch niet zomaar passeren volgens mij ...

Ik denk dat iedereen die in dit verhaal betrokken is, toch eens heel goed moet nadenken over die switch naar de spotmarkten. Ik denk daarbij in de eerste plaats aan de betrokken ambtenaren. Zij zullen met de vinger gewezen worden wanneer de keuze voor spotmarkten een fiasco wordt. Wij proberen hen ervan te overtuigen dat ze met hun organisaties goede afspraken moeten maken over de risico’s die je neemt bij het energie inkopen. Dit doe je niet door zoals meneer Meire heel eenzijdig het besparingspotentieel van een keuze voor spotprijzen in de verf te zetten. A

ls zo’n ambtenaar met meneer Meire’s cijfers over besparingen zijn oversten heeft overtuigd, en vervolgens krijg je een budgetstijging, dan zal hij toch niet echt comfortabel zijn. Ook voor politici lijkt mij de massale switch naar spotmarkten riskant. Stel, zij laten hun gemeente of overheid overstappen naar het Vlaams Energiebedrijf en zijn spotaankopen. En in het jaar voor de verkiezingen swingen die prijzen de pan uit. Is dit echt wat ze willen? Past zo’n spotcontract echt wel bij het risicoprofiel van een gemeente of overheid? Wat als we een herhaling krijgen van wat in 2007 – 2008 in onze energiemarkten is gebeurd? Wie gaat dan gelukkig zijn met die keuze voor de spotmarkten? Wie wil dat politieke risico nemen?

Wat mij nog het meest stoorde, was dat meneer Meire dit alles voorstelde als verschrikkelijk innovatief. Hij is daarmee de derde die mij in de afgelopen vijf jaar een spotcontract probeert te verkopen als iets verschrikkelijk nieuws. Hallo, een spotcontract, dat is het oudste commoditycontract in de wereld. Daar is niets nieuws aan. En daar zijn ook niet alleen maar voordelen aan, zoals meneer Meire in zijn presentatie probeerde aan te tonen. Bovendien laat hij daarbij grote onzekerheid over de hoedanigheid waarin ze dit gaan doen. Op één en dezelfde slide noemt hij zichzelf een energieverkoper en een aankoopcentrale. Hij geeft zelfs aan dat ze rechtstreeks in de groothandelsmarkt willen sourcen, waardoor ze al helemaal niet meer verschillen van een energieleverancier. Is het Vlaams Energiebedrijf dan een poging om een monopolie te vestigen over de levering van energie aan overheden in Vlaanderen? Want om eerlijk te zijn, om spotcontracten af te sluiten, daar heb je absoluut geen nieuw vehikel voor nodig. Er staan tal van leveranciers klaar om dat te doen.

Ik ga hier eens flink tegen mijn winkel praten, door te stellen dat het oprichten van een centrale die het aankopen van energie door overheden faciliteert, op zich een goed idee is. Wij stellen inderdaad ook vast dat bij overheden de marktkennis om succesvol energiecontracten af te sluiten vaak ontbreekt. Maar een aankoopcentrale houdt zich bezig met aankoop en niet met verkoop. Als het Vlaams Energiebedrijf een leverancier wordt, dan gaan wij alle overheden aanraden om hun aanbiedingen naast die van andere leveranciers te plaatsen.

Ik denk overigens dat dit ook wettelijk verplicht is. Meneer Meire stelt dat er door te kopen via het Vlaams Energiebedrijf geen aanbesteding meer nodig is. Op één van zijn slides zegt hij letterlijk dat het Vlaams Energiebedrijf gaat leveren en factureren aan eindafnemer zonder aanbesteding. Dat lijkt me juridisch toch een vrij straffe uitspraak. Wanneer het Vlaams Energiebedrijf telkens zelf een aanbesteding organiseert, dan kan het volgens mij nog. Dan zijn ze inderdaad een aankoopcentrale die de aanbestedingen van de individuele afnemers overneemt. Maar wanneer ze de energie zelf in de groothandelsmarkten gaan aankopen, nogmaals, dan zijn zij een leverancier. En dan moeten hun aanbiedingen aan concurrentie worden onderworpen. Door bovendien zo pertinent te stellen dat het Vlaams Energiebedrijf gaat leveren en factureren, bevestigt meneer Meire overigens het beeld dat het Vlaams Energiebedrijf een leverancier is en geen aankoopcentrale.

Indien het Vlaams Energiebedrijf zich toch tot zijn functie als aankoopcentrale zou beperken, dan is het heel eigenaardig dat die aankoopcentrale zo exclusief voor één product, namelijk spotcontracten kiest. Het is alsof je een aankoopcentrale maakt voor auto’s en die centrale vervolgens zegt: “we gaan alleen maar blauwe auto’s voor jullie kopen want dat vinden wij de mooiste”. Het zou veel logischer zijn dat het Vlaams Energiebedrijf voor de overheden de aankoop faciliteert van de grote diversiteit aan contracten die in de markt bestaat. Zodat elke overheid voor zichzelf kan uitmaken welk product het beste aansluit bij de specifieke verwachtingen. Het kan toch niet dat het Vlaams Energiebedrijf één bepaalde manier van aankopen zou promoten op basis van nogal stevige overtuigingen over enerzijds de prijzen in de groothandelsmarkt en anderzijds risico’s van energieprijzen voor overheden? Overtuigingen die ik op zijn minst ongenuanceerd en betwistbaar zou willen noemen, en ik was duidelijk niet de enige die er gisteren zo over dacht.


Keep up to date with E&C