Endex: een simpele berekening van de nucleaire rente

By Benedict De Meulemeester

By Benedict De Meulemeester on 6/05/2011

De afgelopen week zagen we in ons Belgisch parlement een heel droevig schouwspel. De Nationale Bank en de energieregulator Creg vielen elkaar aan over de studies die beiden hadden gemaakt om de nucleaire rente te berekenen. Die rente is de winst die Electrabel (en EdF-SPE) maakt bij het verkopen van stroom die geproduceerd is in een kerncentrale. De kost voor die productie is namelijk heel laag, iets meer dan 20 euro, zo hebben de studies van beide instituten ons geleerd. Dit komt omdat de kerncentrales in België afgeschreven zijn. Dit betekent dat bij de kostenberekening geen investeringskosten meer in aanmerking komen. Een MWh elektriciteit produceren in een kerncentrale, daarvoor moet je in België alleen nog uranium en werkingskosten financieren. Dat de winst bijgevolg groot is, daar is iedereen het over eens. Alleen raken de “experts” er niet over uit tegen welke prijs die stroom verkocht raakt. Gisteren is nu besloten om een derde expert aan te stellen om het geschil te beslissen.

Als energieverbruiker moeten we tot onze ontzetting vaststellen dat onze eigen regering met het aanstellen van maar liefst twee andere experts de geloofwaardigheid van zijn eigen regulator Creg volledig ondermijnt. De Creg heeft een zeer lovenswaardige poging ondernomen om forse stappen te zetten tegen de dominante partij in onze elektriciteitsmarkt, Electrabel. Hoe moeten we het rapport van de Nationale Bank en het aanstellen van nog een andere expert anders begrijpen dan een terugfluiten door de eigen regering? Het rapport van de Nationale Bank bevat een paar kapitale misvattingen over de werking van de energiemarkt. De Creg heeft deze haarfijn blootgelegd en vele onafhankelijke experts hebben dit bevestigd. Toch blijven onder andere de minister van Financiën  Reynders en de minister van energie Magnette de visie van de Nationale Bank op de opbrengsten van Electrabel’s nucleaire stroom onderschrijven. Daardoor duurt de kakafonie over de prijs waaraan nucleaire stroom verkocht is voort. En dat is bijzonder spijtig, te meer omdat het eigenlijk helemaal niet zo moeilijk is om die te berekenen. Een klein beetje fundamenteel begrip van hoe de energiemarkt werkt, kan al veel oplossen.

De kapitale fout die de Nationale Bank maakt, is dat zij de opbrengst van de nucleaire stroom wil berekenen door te kijken naar de prijzen waaraan Electrabel stroom verkoopt aan de eindverbruiker. Deze prijzen bepalen is uitermate moeilijk (politici noemen dat dan “technisch”) omwille van drie redenen:

  1. Niemand in dit land heeft een volledig zicht op alle door eindverbruikers betaalde prijzen. De studie van de Nationale Bank is gebaseerd op gegevens van een beperkt aantal verbruikers.
  2. Elektriciteit is fysisch bekeken een eigenaardig product. Het is niet zo dat Electrabel in zijn kerncentrale elektronen maakt en die dan labelt ‘deze gaat naar verbruiker A, deze gaat naar verbruiker B, verbruiker C, enz.’. Wij nemen spanning af, de productie zorgt ervoor dat de spanning op het net bewaard blijft. Maar het is fysisch onmogelijk om te bepalen of de stroom die verbruiker A, B of C gebruikt nu uit de kerncentrale in Doel, de zonnepanelen op het eigen dak of de gascentrale om de hoek komt. Zeggen, zoals de Nationale Bank, “stroom uit kerncentrales gaat naar grootverbruikers”, is dan ook fysisch onzinnig.
  3. Stroom komt uit de kerncentrale als een ongestructureerd product, een blok stroom. Om dit tot bij de eindklant te brengen moet de leverancier het structureren door er stroom vanuit andere centrales aan toe te voegen of delen toch ergens elders te verkopen omdat de eindklant op dat moment even niet verbruikt. De leverancier zal hiervoor een toeslag aanrekenen. Vervolgens gaan de transport- en distributienetbeheerder het over het net transporteren, waarbij een deel van de energie verloren gaat. Onderweg komen er ook nog eens allerlei heffingen en taksen bovenop. Als gevolg is er een groot verschil tussen de eindprijs op de factuur van een verbruiker en de opbrengst voor de kerncentrale. Dit verschil is bij niet alle contracten zomaar eenvoudig te berekenen en lezing van het rapport van de Nationale Bank maakt duidelijk dat zij zich hier volledig in vergaloppeerd hebben.

Rekeninghoudende met deze complexiteit, is het niet verwonderlijk dat er een oeverloze discussie ontstaat over de opbrengst van nucleaire stroom wanneer je naar de prijs in de eindmarkt kijkt. Iedereen die echter in de afgelopen vijf jaar ooit een elektriciteitscontract heeft onderhandeld met Electrabel, zal kunnen getuigen dat dit compleet overbodig is. Elke verkoper van Electrabel heeft namelijk steevast beweerd dat zij als verkoopsorganisatie geen rechtstreekse toegang hebben tot de stroom die de productietak van Electrabel produceert. Zij moeten de stroom die zij aan de eindklant doorverkopen intern of extern aankopen tegen de groothandelsprijs, en de referentie voor die groothandelsprijs is de prijs op de Endexbeurs wanneer je een prijs voor verbruik in de toekomst vastlegt. Dit is niet alleen een commerciële realiteit, het is ook volstrekt logisch als je de werking van een vrije energiemarkt begrijpt.

In elke vrije stroommarkt, waar ook ter wereld, ontstaat een groothandels- en een retailmarkt. De producenten zetten de stroom in ongestructureerde blokken af in de groothandelsmarkt. Daar kopen de energieleveranciers ze op om ze te structureren en zo door te verkopen als een voor de eindklant bruikbaar product. Om zijn winst te maximaliseren, zal een leverancier nooit ofte nooit stroom verkopen aan een prijs die lager is dan de op dat moment geldende groothandelsprijzen. Ook als hij in zijn bedrijf een productietak heeft, dan zou hij goed gek zijn om de stroom die hij daar produceert onder de groothandelsprijs te verkopen. Op vandaag kan hij voor een blok stroom voor verbruik in 2012 in de groothandelsmarkt  zo’n 58 euro per MWh krijgen. Als hij die stroom aan een eindklant doorverkoopt voor 50 euro dan laat hij 8 euro per MWh liggen. Wat dit al helemaal gek zou maken, is dat hij in de markt voor eindklanten belangrijke extra risico’s neemt zowel wat betreft de zekerheid dat hij het volume effectief kan afzetten als op het vlak van betaling. Het is dus volstrekt logisch dat een producent van elektriciteit zijn stroom afzet in de groothandelsmarkt, dat leveranciers ze daar opkopen en dan doorverkopen aan eindklanten. Als zo’n leverancier vandaag aan 58 euro per MWh koopt, dan moet hij minstens evenveel vragen om niet zonder verlies te kopen. Het gevolg is dat de prijzen die de eindklant betaalt altijd hoger zijn dan de prijzen in de groothandelsmarkt. Dit verschil is de opslag voor de leverancier.

In alle vrije stroommarkten ter wereld hebben energiebedrijven hun organisatie op deze marktrealiteit ingesteld. Ze brengen hun productietak en hun leverancierstak onder in aparte onderdelen van het bedrijf. Tussen beide komt vaak een trading tak terecht. Die moet er dan voor zorgen dat de resultaten van de verkoopactiviteiten van de productietak en van de doorverkoopactiviteiten van de leverancierstak verder gemaximaliseerd worden. Ook Electrabel heeft een dergelijke structuur geïmplementeerd, kijk maar naar hun ondernemingsmodel op hun website.

Wie dit ziet, begrijpt hoe onzinnig het is om voor het bepalen van de winst op nucleaire stroom te kijken naar een contract tussen Electrabel de leverancier met een eindklant. Dit vertelt ons namelijk niets over de prijs waaraan Electrabel de producent verkocht heeft in de groothandelsmarkt en het vertelt ons nog minder over de extra winst die Electrabel de trader heeft gemaakt door de ingenomen positie succesvol verder te verhandelen.

Electrabel de producent van kernenergie verkoopt die stroom in de Belgische groothandelsmarkt voor stroom. Aangezien het hier om kernenergie gaat, is de baseloadprijs die we via de Endexbeurs een uitstekende indicatie van de prijs die voor die kernenergie is betaald (www.apxendex.com, kijk bij market results en dan Endex power BE). Heel die ingewikkelde discussie over waar de stroom uiteindelijk terechtkomt en hoe je die uit facturen van eindklanten kan afleiden is nergens, maar dan ook nergens voor nodig. Kijk naar Endex en je weet perfect tegen welke prijs Electrabel vandaag zijn nucleaire stroom aan het verkopen is voor de volgende maanden, kwartalen en jaren. Als Electrabel nu zou beweren dat deze Endexprijs geen correcte indicatie zou zijn voor de prijs waaraan zij stroom verkopen in de groothandelsmarkt, dan beschuldigt het zichzelf van drie ernstige feiten:

  1. Zij zijn op de Endexbeurs een dominante speler, het overgrote deel van wat daar verkocht wordt, komt van bij hen. Als nu zou blijken dat die Endexprijs hoger is dan wat Electrabel via andere kanalen in de groothandelsmarkt verkoopt, dan betekent dit dat zij de prijzen op de Endexbeurs kunstmatig de hoogte insturen.
  2. Electrabel heeft in de afgelopen jaren honderden contracten met klanten afgesloten waarin de prijs voor de eindklant via een formule vastgekoppeld is aan de prijs op de Endexbeurs. Hun argumentatie daarvoor was dat die Endexprijs de indicatie was van de prijzen in de groothandelsmarkt. Als dit nu niet zo zou zijn, dan heeft Electrabel al die klanten verkeerdelijk voorgelicht en hen zo stroom laten kopen gebaseerd op een te dure indicator.
  3. Ook alle alternatieve leveranciers in België bieden prijzen en contracten aan die vertrekken vanaf dat Endex-niveau. Hun argumentatie daarvoor is dat zijzelf in de groothandelsmarkt niet goedkoper dan dit Endex-niveau kunnen aankopen. Als het zou kloppen wat de Nationale Bank beweert, namelijk dat Electrabel stroom aan eindklanten verkoopt aan prijzen die lager liggen dan Endex zou dat betekenen dat zij zwaar misbruik maken van hun monopoliepositie.

Laat mij hierover één zaak heel duidelijk stellen. Ik ben in de afgelopen zes jaar betrokken geweest bij de onderhandelingen van honderden stroomcontracten in België en ik heb niet één keer kunnen vaststellen dat Electrabel zich aan één van de bovenstaande feiten heeft bezondigd. Electrabel heeft altijd stroom verkocht aan eindklanten tegen prijzen die hoger lagen dan de Endexprijzen op dat moment.

Kijk naar Endex en je kent de prijs waartegen Electrabel zijn nucleaire stroom verkoopt. Alleen, zoals ook onze eerste minister nu blijkbaar heeft ontdekt, die prijs verandert elke dag. Welke prijs moet je dan nemen? Premier Leterme doet wat dit betreft nog niet eens zo’n gek voorstel, namelijk het gemiddelde over de afgelopen drie jaren nemen. Zoals gezegd, Electrabel heeft een trading afdeling om de verkoop van stroom in de groothandelsmarkt zo rendabel mogelijk te maken. Volgens het rapport van de Nationale Bank is de nucleaire stroom in 2007 verkocht geweest voor de prijs van 44,8 euro per MWh. Welnu, als dit zou kloppen dan zouden ze meer dan 10% onder het driejarig gemiddelde voor 2007 verkocht hebben. Bovendien zou dit betekenen dat ze alle stroom voor 2007 meer dan anderhalf jaar op voorhand hebben verkocht want na juni 2005 is de prijs voor stroom nooit meer onder 45 euro per MWh gezakt. Als dit allemaal klopt, dan moet Electrabel dringend zijn trading team naar huis sturen, want dan doen die mensen een toch wel heel slechte job. En dan is hun reputatie als zijnde één van de beste trading teams in Europa volledig onterecht!

U begrijpt de ironie in de laatste twee zinnen van vorige paragraaf. We mogen er van uit gaan dat een goed presterend bedrijf zoals Electrabel in staat is om een trading activiteit uit te bouwen die beter dan gemiddeld scoort. In die zin is het berekenen van een nucleaire taks op basis van een driejarig gemiddelde van Endexprijzen een heel simpele en logische manier om de nucleaire rente te berekenen. Laat de trading mensen van Electrabel dan maar hun best doen om extra rente binnen te halen door beter dan gemiddeld te scoren. Laat ons hopen dat de nieuwe mensen die aangesteld zijn om duidelijkheid te brengen in dit dossier een beetje beter begrijpen hoe de vrije energiemarkt werkt en zich niet langer vermoeien (en een beetje belachelijk maken) met nodeloze, ingewikkelde berekeningen van opbrengsten.


Keep up to date with E&C